Jenaplanschool

Wat is jenaplanonderwijs?
Jenaplanscholen vallen onder het algemeen bijzonder onderwijs. Dit onderwijs is meer dan het aanleren van schoolse kennis en vaardigheden als lezen, schrijven en rekenen. De belangrijkste pijlers van het jenaplanonderwijs zijn: (kring)gesprek, spel, werk en viering, die elkaar in een natuurlijk ritme afwisselen. Daarin is veel aandacht voor zelfstandigheid, verantwoordelijkheid, omgaan met elkaar en rekening houden met elkaar.

Geschiedenis van jenaplan
Peter Petersen (1884-1952) uit de Duitse plaats Jena was hoogleraar in de opvoedkunde en werd de grondlegger van het jenaplansysteem. In 1924 plaatste hij kinderen van verschillende leeftijden samen in één groep, als alternatief voor klassikaal onderwijs. Door het succes en op verzoek van ouders ontwierp hij een totaalopzet voor onderwijs aan kinderen van 4 tot ongeveer 11 jaar. In de jaren vijftig en zestig ontstonden er verschillende jenaplanscholen in Duitsland. In Nederland werd jenaplan in 1962 geïntroduceerd door Suus Freudenthal-Lutter. Op de site van de Nederlandse Jenaplanvereniging (NJPV) vind je meer informatie over jenaplanonderwijs.

De twintig (ingekorte) basisprincipes van het jenaplan:
De twintig basisprincipes vormen het fundament voor onze visie op kinderen en hun ontwikkeling, op mens, maatschappij en levensbeschouwing. Lees hierover meer in onze Schoolgids.

Mens  
1. Elk mens is uniek; zo is er maar één. Daarom heeft ieder kind en iedere volwassene een onvervangbare waarde.
2. Elk mens heeft het recht een eigen identiteit te ontwikkelen.
3. Elk mens heeft voor het ontwikkelen van een eigen identiteit persoonlijke relaties nodig.
4. Elk mens wordt steeds als totale persoon erkend.
5. Elk mens wordt als een cultuurdrager en -vernieuwer erkend.
   
Samenleving
6. Mensen moeten werken aan een samenleving die ieders unieke en onvervangbare waarde respecteert.
7. Mensen moeten werken aan een samenleving die ruimte en stimulansen biedt voor ieders identiteitsontwikkeling.
8. Mensen moeten werken aan een samenleving waarin rechtvaardig, vreedzaam en constructief met verschillen en veranderingen wordt omgegaan.
9. Mensen moeten werken aan een samenleving die respectvol en zorgvuldig aarde en wereldruimte beheert.
10. Mensen moeten werken aan een samenleving die de natuurlijke en culturele hulpbronnen in verantwoordelijkheid voor toekomstige generaties gebruikt.
   
School
11. De school is een gezamenlijke organisatie van betrokkenen. Ze staat in open wisselwerking met de maatschappij.
12. In de school hebben volwassenen de taak de voorgaande uitspraken over mens en samenleving tot pedagogisch uitgangspunt voor hun handelen te maken.
13. In de school wordt de leerstof ontleend aan de werkelijkheid.
14. In de school wordt het onderwijs uitgevoerd in pedagogische situaties en met pedagogische middelen.
15. In de school wordt het onderwijs uitgevoerd door een ritmische afwisseling van de basisactiviteiten gesprek, spel, werk en viering.
16. In de school wordt het leren van en zorgen voor elkaar mede gestimuleerd door heterogene groepering van kinderen naar leeftijd en niveau van ontwikkeling.
17. In de school onderscheiden we gestuurd en begeleid leren, dat gericht is op kwaliteitsverhogend onderwijs. Daarnaast krijgt zelfstandig leren en vrij initiatief van kinderen een plaats. Beide leervormen wisselen elkaar doordacht af.
18. In de school neemt wereldoriëntatie een belangrijke plaats in.
19. In de school vindt gedrag- en prestatiebeoordeling van een kind zoveel mogelijk plaats vanuit de eigen ontwikkelingsgeschiedenis van dat kind.
20. In de school erkent men dat er permanent veranderingen zijn.
Cookie instellingen